Verslag Longo Maï-reis

(Longo Maï is een Provençaalse groet en betekent: dat het maar lang mag duren)

28 april t/m 7 mei 2006, georganiseerd door Omslag (Eindhoven), Stichting Pro Longo Maï (Rene en Carolien), met behulp van Stichting Theaterstraat (bus, Amsterdam).

Door Saskia Poldervaart.

We reisden in totaal met 38 mensen, waarvan 2 van Omslag, 2 van Longo Maï en de 2 chauffeurs - ook actieve deelnemers - van Theaterstraat. Naast de Longo Maï cooperaties hebben we op de heen en terugreis ook 2 andere woon-werkgemeenschappen opgezocht om daar te overnachten en met deze groepen kennis te maken, nl: Ecolonie (in Franse Vogezen) en Ganzennest (Noord-Frankrijk).

In dit verslag geef ik de verhalen van de diverse inleidersters + die ik her en der om me heen hoorde, zo sec mogelijk weer (zonder de pretentie ‘objectief’ te zijn). Aan het einde zal ik heel summier iets over mijn indrukken vertellen.

Ecolonie

Vrijdag de 28ste kwamen we s’ avonds aan in ECOlonie (We kregen daar een heerlijke maaltijd; na het eten uitleg en discussie)

Ecolonie is een Nederlandse woon-werkgemeenschap in de Franse Vogezen, opgericht in 1989. De gemeenschap is self-supporting. Geld komt binnen via het gastenverblijf en de camping (zo’n 2500 gasten per jaar), de groenten- en kruidentuin (voor de keuken en voor de gasten) en de winkel. Het doel is een ecologisch centrum te vormen. Daarom bestaan er allerlei uitbreidingsplannen: Ecolonie heeft 500 meter van hun eigen plek een boerderij gekocht (vorig jaar) en 100 jonge geiten; het idee is over één jaar een geitenkaasmakerij te hebben. Daarnaast is er het project Force Neuve (een terrein dat 5 jaar geleden is aangekocht) , bestaande uit 2 grote meren, waar Ecolonie een biologische visteelt wil beginnen met een restaurant. Het idee achter de uitbreidingen is om met eigen middelen steeds meer te investeren.

Structuur: toen het terrein werd aangekocht bestond het uit ruïnes en was het land overwoekerd. De oprichters hadden het geld voor de aankoop bijeengebracht via het opzetten van een aandeelhouders-vereniging. Deze (15) aandeelhouders verhuurden het bedrijf aan de ecologische Vereniging. Deze constructie is 5 jaar geleden veranderd: de aandeelhouders zijn uitgekocht, zodat er nu geen privé-bezit meer bestaat. Voor de sociale structuur van de gemeenschap zijn de kloosters bestudeerd, omdat de structuur daar het zelfde is.

De groep bestaat momenteel uit 14 volwassenen, 3 kinderen en ongeveer 130-150 vrijwilligers per jaar. Alle werkers krijgen 50 Euro zakgeld + kost/inwoning/vakanties en auto’s gemeenschappelijk. Beslissingen worden genomen op de algemene vergadering (de 14 volwassenen + de ex-leden die ook kunnen stemmen. Leden krijgen pas na één jaar stemrecht). Stemmen gaat daar via meeste stemmen gelden. Maar bij het dagelijks bestuur wordt gestemd op basis van consent.

Discussie op Ecolonie

Henk-Jan, de onbetwiste (?!) leider, vertelde dat het ecologische gedachtegoed bestaat uit 3 onderdelen die met elkaar samenhangen: natuur, kunst en spiritualiteit.

Natuur: biologische tuinen, het gebruik van duurzame materialen zoals ecologische verf en zonnepanelen. Niet gericht op efficiënt en productmatig werken, maar op duurzaamheid en vertraagde tijd.

Kunst: Ecolonie wil scheppend bezig zijn, het is nooit af.. Er bestaat een utopisch verlangen van waar het heen zou moeten gaan. Ook probeert de groep kunstobjecten op het terrein te plaatsen en organiseert het allerlei (voornamelijk spirituele) workshops (aangekondigd in het blad Eigentijds Magazine, zie verder).

Spiritualiteit: dat is geen levensovertuiging hier, maar we gaan ervan uit dat niet alles is te verklaren. Spiritualiteit wordt individueel ingevuld; het begrip is afkomstig van Kees Zoeteman [ken ik niet, S.P.; is volgens Henk-Jan iemand met een hoge functie]. Die Zoeteman pleitte voor organische, utopische, kleinschalige gemeenschappen die laten zien: zo kan je ook leven. Maar dat vereist wel het begrip mystiek, want we moeten niet uitgaan van een theorie, van een verklaring; we moeten als mens niet het idee hebben dat we alles kunnen beheersen/controleren.

Het totale terrein bestaat uit 40 hec. (7 hec. voor Ecolonie + terrein van de meren + de boerderij). Er wordt maar een klein deel van die 40 hec. gebruikt, maar dat is niet erg. Want we zijn bezig met de ontwikkeling van dit organisme.

Na deze uitgebreide inleiding van Henkjan (andere groepsleden hebben we niet gesproken), was het tijd voor discussie en vragen:

- Hoe kom je aan vrijwilligers? Antwoord: via onze website (30.000 bezoekers; we zijn redelijk bekend) + heeft Ecolonie een eigen magazine verspreid in Nederland: Eigentijds Magazine. Ondertitel: Voor inspirerende ontmoetingen; verspreiding voorjaar 2006: oplage 80.000, gratis; in dit blad aankondiging van Eigentijds Festival in Vierhouten en Zomercollege in Ecolonie, onder te titel ‘luisteren naar je diepste verlangen’; teksten/organisator ook hier: Henkjan Blaauw).

- Werken jullie samen met andere groepen/bewegingen? Antwoord: Nee, nauwelijks, we hebben de handen vol aan onszelf. Wij hebben het idee opgezet; als er nieuwe mensen komen, dan moeten die zich bij ons idee aansluiten, we kunnen het ons niet veroorloven geheel te veranderen.

- Hoe ver willen jullie gaan met je uitbreiding? Antwoord: We willen een ecologisch project dat zelfvoorzienend is. Maar de gemeenschap willen we niet groter laten worden dan 40 mensen; worden we groter, dan zal een nieuwe groep opgezet worden.

Caroline van Longo Maï merkt op dat er duidelijke overeenkomsten zijn tussen Ecolonie en Longo Maï: het grote verschil met het Westerse efficiëntie-denken, dat je je eigen visie niet kunt verliezen bij nieuwkomers en ook dat de ideale groepsgrootte niet meer is dan 20-40 mensen.

- Waarom hebben de oud-leden nog stemrecht? Antwoord: Omdat dat de aandeelhouders waren; we zitten nu in een overgangsfase. [? S.P.]

- Is het een Nederlandse kolonie? Hoe ga je om met je buren? Antwoord: We zijn hier bekend. Dit is een erg arme streek, er gaat hier Europees geld heen. Maar de Fransen hebben niet zoveel op met ecodorpen. De dorpelingen mogen ons echter graag, zeggen: wij Fransen zijn niet zo ondernemend.

Caroline gaat hier tegenin: er bestaan wel veel initiatieven van Fransen die opnieuw willen gaan boeren; dat zijn interessante initiatieven, al zijn er niet zoveel eco-idealen. Zie bijv. de protesten van Bové tegen McDonalds. Het verschil tussen Ecolonie en Logo Maï is dat wij ons wel aansluiten bij de beweging voor het hele gebied.

- Blijf je als Nederlandse groep geen gesloten groep? Antwoord: Nee, we zijn hier geen afgesloten groep. We krijgen jongeren uit heel Europa, met heel verschillende achtergronden. Deze jongeren heroriënteren zich op hun leven en bestaat uit een grote nomadengroep die zoekt naar hoe het anders kan. Ze kunnen minimaal 14 dagen meewerken, sommigen blijven langer. Het resultaat is wel dat er weinig kandidaatbewoners zijn, de meesten zijn zoekenden en willen zich niet binden. Maar we hebben de mensen die blijven wel nodig!

- Waarom zijn jullie in Frankrijk begonnen en niet in Nederland? Antwoord: 1) geld: de grond is hier veel goedkoper; 2) toen we begonnen in Frankrijk veel minder regels (nu niet zo’n groot verschil meer); 3) mentaliteit [dit begrijp ik niet goed, S.P.]. Maar het belangrijkste is de groep: hoe je met elkaar omgaat. Visie, passie, weten wat je wilt voor de toekomst is allerbelangrijkste.

- Bestaan er autoriteitsconflicten? Antwoord: wij zijn de baas, we willen niet van onze visie afwijken. Wij zijn geen therapeutische groep, we moeten economisch rendabel zijn. De eerste 9 jaar gingen we bijna failliet, de laatste 7 jaar is er een omslag ontstaan. Die eerste jaren gingen we alles open met elkaar bespreken. Toen het financieel niet ging hebben we een studie gemaakt van gemeenschappen, vnl. kloosters, en besloten dat sociale hygiëne belangrijk is: blijf van elkaar af, je hoeft niet alles met elkaar te bespreken, toon terughoudendheid, laat de ander met rust.

- Iemand uit de groep die ook in Ecolonie had gewerkt als vrijwilligerster: ik heb de ervaring dat ik heel weinig werd opgevangen; je werkte en moest dan ’s avonds maar zien wat je deed. Antwoord [? S.P.]: het gaat om visie. Ecolonie bestaat uit energieën.. uit het idee dat morgen alles anders kan zijn, dat niets is vastgelegd, we zijn geen instituut maar een krachtenveld waarin je niet alles kan beheersen.. je moet toestaan dat dingen gebeuren.. dat houdt sociale hygiëne in..

- Carolien: je moet de problemen uit de streek of uit het land niet uit het oog verliezen. Daarom doet Longo Maï mee met de gemeenteraad, met boerenorganisaties etc. Je moet ook het idee hebben dat je iets kan inbrengen in de streek. Antwoord: maar dat doen wij ook; we doen nu bijv. mee met een actie tegen een vuilstortplaats..

[Toen was er pauze en daarna heb ik de discussie niet meer gevolgd].

De wolspinnerij in Chantemerle

Zaterdag avond zijn we aangekomen in de Longo Maï cooperatie in Chantemerle in de Hoge Alpen. Hier is hun wolfabriek gevestigd (in een, tot hun verdriet steeds toeristischer wordend ski-gebied). Ontzettend hartelijk door de groepsleden ontvangen, heerlijk gegeten aldaar (zondag iets minder in het vegetarische restaurant in het naburige stadje .. –de hoogste stad van Europa-, maar daarna daar wel het prachtige oude stadje bezichtigd).

Zondagochtend uitgebreide bezichtiging van en uitleg over de wolfabriek (in 3 groepen).

De (oude, leegstaande) wolfabriek is in 1977 opgekocht. Want Longo Maï had schapen maar we wisten niet hoe we de wol konden verwerken. Het idee was om de hele productieketen van wol te beheersen, geen tussenhandelaren in te schakelen, niet te concurreren met de grote fabrieken en er geen geld bij te verliezen. Het grote voordeel van de fabriek was ook dat het voor de productie gebruik maakte van de elektriciteit die het langsstromende (en ten dele onder de fabriek doorstromende) riviertje leverde. De oude fabriek bestond alleen uit een wolspinnerij, er werden geen stoffen en geen gebreide artikelen gemaakt. De oude machines die er stonden (uit 1930 en 1960) werden gerepareerd of vervangen. Er zijn nooit nieuwe machines gekocht; alleen de oude machines werden gerepareerd, vaak met behulp van allerlei afval. Het voordeel hiervan is dat de groepsleden alles kunnen beheersen, het nadeel is dat we van alles iets moeten afweten en dat we aan het repareren blijven. Het blijft een dilemma tussen de liefde voor oude machines en het meer praktisch zijn. (Bijv. voor de dekens werden eerst alleen distels gebruikt, waarvoor de cooperatie ook zaden heeft; maar distels gaan kapot zodat we nu half metaal, half distels gebruiken; alleen voor de zeer delicate stoffen worden alleen distels gebruikt).

Het alleen spinnen van draad bleek niet rendabel. De spinnerij werd uitgebreid met een wasinstallatie (voor het wassen van de wol), met breimachines en met het atelier om stoffen te maken. Naast het doel van de verwerking van de wol, is ook het doel:

- dat de schaapboeren in de omgeving niet verdwijnen (niet worden opgekocht door toeristische multinationals; met een busje haalt Longo Mai de wol van de schaapboeren uit de omgeving op). - dat er een wolspecialisme ontstaat waar iedereen trots op kan zijn: het fokken voor de beste wol wordt gestimuleerd, fokkers worden via Longo Mai opgeleid om op kwaliteit te letten.

Deze doelstellingen komen tot uiting in de, in 1989 opgerichte, Vereniging Atelier. Via congressen, het uitgeven van kranten, exposities, voorlichting op scholen en markten wil men samenwerken met anderen die met wol werken. Vereniging Atelier is begonnen met netwerken in Frankrijk, nu bestaan er ook netwerken met andere landen. (Ook een tijdlang met Nederland, maar dat is opgehouden; een van onze groepsleden wil nagaan of er weer niet samenwerking met Nederland mogelijk is). De basis van Atelier is te streven naar een standaard/keurmerk dat gerespecteerd moet worden. Achtergrondidealen: 1) grondstoffen uit de omgeving gebruiken; 2) zelf de productieketen beheersen en niet uitbesteden; 3) solidariteit tussen de verschillende groepen die met wol werken versterken; 4) mensen die er werken correct behandelen; 5) produceren voor iedereen van de groep; 6) op etiket van het product wie het schaap heeft gefokt, geschoren, hoe het product tot stand is gekomen: zoveel mogelijk transparantie (en niet tevreden zijn met het label ‘ecologisch’, want dat vaak gebruikt om beter te verkopen terwijl je niet weet hoe het is geproduceerd). Via hun internetsite (met o.m. info over verschillende schapenrassen, wat je allemaal met wol kunt doen –tenten, isolatie, etc.) hebben ze contacten met de hele wereld. De Longo Mai cooperatie fungeert als soort documentatiecentrum en coordinatie, zijn lid van de Europese wolgroep (vereniging van schapenfokkers) en wijst op alle nadelen van de ‘vrije markt’: de prijs van wol en textiel is nauwelijks gedaald terwijl er wel goedkoop wordt ingekocht: er blijft ergens veel geld hangen.

De leden van de wolcooperatie waren duidelijk heel trots op het werk en de resultaten. (het is ook de enige Franse Longo Mai-cooperatie die economisch rendabel is). We kregen uitgebreid ‘college’ over hoe ze de wol verwerken. Ik wil alleen de belangrijkste dingen vermelden: Elk schaap levert gemiddeld 2 a 3 kilo wol (buitenschapen meer dan binnenschapen). Van een kilo wol blijft er na wassen (d.w.z. via machine die meeste vuil eruit haalt, dan in diverse bakken om te weken, te wassen, uit te spoelen en te drogen in droogmachine) uiteindelijk 500 gr. wol over. Het wassen gebeurt tussen mei en september (anders is het te koud). De wol wordt niet geverfd, wel wordt de wol gescheiden (witte, gemengde, zwarte wol). Via allerlei kaardmachines (eerste rol heeft grove tanden, de volgende minder grof; na elke machine-behandeling worden de draden gecontroleerd) gaan de draden (met verschillende diktes) naar de weefmachines, of breimachine of sokkenmachine. In het atelier staan allerlei naaimachines die kleren maken (die worden verkocht in hun winkels, ook in de winkels van de andere Longo Mai coops).

De discussie in Chantemerle

Na de uitgebreide bezichtiging en uitleg, en na een verrukkelijke Franse (maar wel, zoals in alle cooperaties vegetarische) lunch: tijd voor discussie. Alle groepsleden van de coop. deden hieraan mee.

- Economie en bestuur: zelfbestuur. Geld blijft binnen de gemeenschap. Geld komt uit de verkoop van de wolproducten (de groente uit de kleine tuin is alleen voor eigen gebruik). Iedereen heeft juridisch een salaris, maar er is gekozen voor een gemeenschappelijke kas die roulerend, wordt beheerd. Als je iets nodig hebt vraag je het aan degene die beheerderster is. Er bestaan geen verschillende salarissen want dat drijft mensen uit elkaar.

- Hoe we georganiseerd zijn? Dat is vaak een probleem in zulke cooperaties. Hier niet zozeer omdat we een kleine groep zijn waarin de dingen samen worden besproken, mensen kennen elkaars professionaliteit en ervaring. Ook kunnen er nieuwe initiatieven worden ingebracht (bijv. een jonge jongen wil een nieuw project beginnen: een leerlooierij). Eigenlijk heeft deze coop. te weinig mensen; mensen van andere Longo Mai cooperaties komen vaak helpen. Twee a drie keer per jaar komen alle Longo Mai cooperaties samen om beslissingen te nemen, maar die beslissingen zijn niet altijd naar tevredenheid van alle leden.

Caroline, zelf wonend in een Longo Mai gemeenschap in Zwitserland, vult aan: onze gemeenschap bestaat uit ongeveer 20 mensen, we komen iedere zondag bij elkaar om de roulatielijsten voor de keuken etc. door te spreken; daar worden ook diverse thema’s ingebracht en beslissingen gemaakt. Daarnaast bestaan er subgroepen (bijv. die gaan over de dieren, of over de relatie met andere Longo Mai cooperaties). Structurele hiërarchie wordt afgewezen. Er bestaan in Longo Mai geen bazen, geen centrale beslissingsplaatsen. Maar dat blijft wel een moeilijke situatie. Er bestaat geen eensluidend antwoord op hoe het beste te organiseren, dat hangt van de situatie af. Het is ook meer een proces om tot beslissingen te komen waar iedereen achter staat. Hoe groter de groep, hoe meer regels en subgroepen. Dikwijls zijn de afspraken en structuren niet duidelijk voor iedereen. Maar het belangrijkste blijft dat je je eigen ding kan doen.. Longo Mai bestaat uit ongeveer 200 verschillende mensen, met verschillende interesses en capaciteiten. Dat wordt in elke cooperatie verschillend opgelost. Het enige gezamenlijke idee: zonder chefs, zonder regels, zonder stemmen. Essentieel is de motivatie, passie en geduld. Gezocht wordt naar een evenwicht tussen je eigen inbreng en de gezamenlijkheid, en dit blijft een spanningsveld.

- Wat is verschil tussen de vaste groep en de vrijwilligers? Antwoord: We vragen van hen wat ze willen en wat ze kunnen en hierover gaan we dan met elkaar discussieren (vaste groep en vrijwilligers). We kunnen er in de wolcooperatie niet teveel nieuwelingen bij hebben (kleine groep + speciale kundigheden vereist). In andere cooperaties, met ander werk, kunnen vrijwilligers makkelijker worden betrokken, vanwege het andere werk. Men probeert altijd in discussie te blijven met de mensen die er al zijn.

- Besluitvorming voor nieuwelingen? Antwoord: er bestaan geen algemene regels. Als je getoond hebt ergens iets van te weten beslis je mee. We houden niet van regels: regels creëren meer regels (we wijzen ook iets als: pas na een jaar meebeslissen, af). Mensen die met elkaar iets samendoen hebben geen regels nodig.

- inspraak van kinderen? Verschillend, maar we hangen niet automatisch een anti-autoritaire opvoeding aan.

- Wat is de relatie tussen zelfbestuur en de verwerking van (wol)grondstoffen? Antwoord: het is een vicieuze cirkel. Er komen hier steeds minder boeren, dus steeds minder wol; de wol levert bijna geen geld op. Doordat de wolfabriek bestaat en we de wol ophalen wordt de wol weer belangrijker. Omdat schapen nu vooral gehouden worden voor het vlees wordt er veel minder gelet op de wolkwaliteit. Longo Mai wil de bewustmaking terug leren over wolkwaliteit en dat stellen de boeren ook op prijs.

- Voldoen de machines aan de voorschriften? Antwoord: de arbeidsinspectie komt regelmatig langs, maar snapt dat we niet alles tegelijk kunnen veranderen; we zijn wel met voorschriften en veiligheid bezig.

- Hoe voorkom je dat je iets wilt bereiken waar iedereen heel hard/te hard voor moet werken? Antwoord: dat gevaar bestaat, maar hier kan men, als je niet meer in de wol wilt werken, naar een andere Longo Mai cooperatie gaan. En ook kan men gemeenschappelijk grenzen stellen; bij ons mogen de mensen die moe zijn gaan slapen.

- Wat is het economische perspectief van de wolproductie-verkoop? Antwoord: Zestig jaar geleden is de synthetische kleding begonnen en nu is meer dan 50% in de textielindustrie synthetisch. Wol niet meer dan 2 %, katoen 30 %. De basis voor synthetische kleding is okay, maar deze handel nu in krisis (zie hiervoor: prijs textiel nauwelijks gedaald). Nu kiest men meer voor kleding van wol niet alleen omdat het warmer is, ook omdat het goedkoper is. Nu de olieprijs stijgt gaat de kostprijs van synthetische kleding die van wol benaderen. Ook zijn er veel mogelijkheden voor wol, bijv. in de isolatie. Toen Longo Mai begon was er weinig interesse voor wol, die bestaat er nu veel meer.

- Hoe gaat het met de verkoop in de winkel? Het idee is: wol is ouderwets, niet sexy. Maar nu bestaan er mode-ontwerpersters die specifiek naar ecologische wol vragen. We zijn echter niet zozeer afhankelijk van de winkel. Ten eerste vragen de wol-leveraars vaak aan ons om hun eigen wol te verwerken. Ten tweede krijgen we veel opdrachten. We streven ernaar dat consumenten heropgevoed worden (ze weten niet wat ze aanrichten met hun kopen bij Aldi etc.). We streven dus niet zozeer naar meer verkoop van onze producten in de verschillende Longo Mai-winkels. Belangrijker voor ons: dat mensen zelf zien hoe er geproduceerd wordt en om de tussenmarkt uit te schakelen; we willen direct contact met degenen die kopen en verkopen. De winkel hier is ook niet gericht op de verkoop aan de vele ski-toeristen: geen actief beleid om hen ‘te bekeren’. Wel richten we ons meer op de zomertoeristen (de wandelaars): die zijn heel anders; voor hen houden we zomers elke vrijdag rondleidingen.

Naar Les Magnans

Maandagochtend met veel warmte afscheid genomen van de wol-cooperatieleden; onderweg uitgebreid gelunched aan een prachtig stuwmeer met veel (smartlappen)gezang; maandagavond aangekomen in het Longo Mai vakantiedorpje Les Saisons in Les Magnans in de Haut Provence (het hele dorpje bestaat uit minimaal 8 verschillende huizen en huisjes). Dit vakantiedorpje bestond eerst uit lege huizen; het is gekocht en opgeknapt om meer confort te geven aan bezoekende familie van de Longo Mai leden die op de berg woonden (zie verder); nu dient het vooral voor aanvullende inkomsten. Aldaar kennis gemaakt met Ike, de Nederlandse die al 24 jaar in de Longo Mai cooperaties woont (meestal in Ulenkrug)..

Over de andere Longo Mai cooperaties

Ieke, die na haar tuinbouwschool, al op haar 17-de bij Longo Mai kwam en onze Nederlandstalige gids was in de Longo Mai cooperaties in de Provence –naast Caroline-, vertelde tussendoor ook over de andere Longo Mai cooperaties:

- De cooperatie in de Oekraine bestaat 14 jaar; er wonen 5 mensen, waarvan 2 uit West-Europa. Ze hebben het wel moeilijk, vooral vanwege de hierarchische structuren aldaar en het bestaan van oorlogen tussen dorpen en de corrupte regering. Het lijkt nu een soort ontwikkelingshulp: de Longo Mai manier van alles samendoen is daar niet gelukt omdat de mensen daar dat niet gewend zijn.De cooperatie bestaat uit een huis, een tuin, varkens (er wordt momenteel gezocht naar een groter huis). Ze hebben een kaasfabriek opgezet, maar daar werken ook mensen buiten de cooperatie. Daarnaast organiseren ze veel culturele activiteiten in het dorpshuis, samen met de mensen in het dorp; organiseren festivals en geven computer- en taallessen. Maar de acceptatie door de streek is moeilijk.

- In Karinthie (Oostenrijk), waar nu 30 jaar lang een Longo Mai cooperatie bestaat, heeft het wel 10 tot 15 jaar geduurd voordat de cooperatie geaccepteerd werd. Ook in de Provence zijn de Longo-Mai mensen lange tijd als ‘gekken’ en/of tijdelijken bekeken. Dit lag anders in Oost-Duitsland. In 1994/5 is daar de eerste Longo Mai cooperatie (Ulenkrug) opgericht (zie ook verder: waarom lange tijd Duitsland gemeden is door Longo Mai) en deze cooperatieve boerderij werd enthousiast ontvangen door de mensen daar. Na de val van de muur heerste er een stemming van zoeken naar andere vormen van collectieven. Momenteel echter heerst algemene malaise: 70% van het dorp is teleurgesteld in de algemene gang van zaken in Duitsland. De mensen hebben geleerd de nadruk te leggen op hard werken en consumeren. De werkloosheid is groot. Maar Longo Mai is nog steeds geaccepteerd.

Grange Neuve

(‘s Avonds heerlijk gegeten in het Longo Mai-restaurant Le Mouton Noir, in het naburige dorpje Pierrerue).

Dinsdag zijn we, vanuit het vakantiedorpje met de bus naar ‘de Longo Mai-berg’ gegaan (ongeveer 15 km. van het vakantiedorp). Hier is Longo Mai in 1973 begonnen: de berg is naar verhouding voor een prikje gekocht (de streek was toen nog niet toeristisch, liep leeg) o.m. met erfenis-geld van twee jongeren van de Zwitserse actiegroep Hydra. Naast de goedkoopte speelde ook mee om zich daar te vestigen dat er in de Provence altijd veel boerenopstanden zijn geweest. Belangrijk voor de opbouw van de Longo Mai groepen op de berg (bestaande uit de ‘gehuchtjes’ Grange Neuve, Hippolyte, Le Pigeonnier; + hun Radio Zinzine = klein, storend geluid) was wat Jean Giono van de pacifistische beweging in Frankrijk en vriend van de boer en dichter Pierre Pellegrin de Longo Mai groep leerde (zie hiervoor ook het boek van Beatriz Graf, p. 28).

Rene vertelt kort als achtergrond: in het begin bestond Long Mai alleen uit Duitsers, Zwitsers en Oostenrijkers, zonder officiele verblijfsvergunning. De Franse regering zag hen als subversief, wilden hen het land uitzetten. Toen zijn 50 jonge Fransen naar de berg gekomen om hun solidariteit te uiten.. Longo Mai kon blijven. Op de berg wonen momenteel zo’n 80 volwassenen en 20 tot 30 kinderen.

Het verhaal van Eline

We maakten kennis met de Nederlandse Eline van der Wal die schapenhoedster is, homeopatische dierenarts en berggids en die ons rondleidde over (een deel van) de berg. In Le Pigeonnier (letterlijk: duiventoren; nu zitten er kamers in) is een textiel atelier als aanvulling op de spinnerij van Chantemerle; daarnaast houden ze schapen, (speciale) varkens en pluimvee (kippen en ganzen) en doen veel aan tuinbouw. Eline vertelt: iedereen heeft een vakgebied wat hij/zij als hoofdbezigheid heeft (tuinbouw, radio, politieke activiteiten, bouwen, boekhouding, de dieren) maar weet ook af van de andere activiteiten; er bestaat altijd de vrijheid om ook bij andere werkzaamheden iets te doen. Af en toe verschijnen er oproepen: nu allemaal uien hakken, of het bos in, en dan laat je je gewone activiteiten liggen..

Problemen: het wordt steeds moeilijker dieren te houden: steeds meer controles, angsten, vanwege de industriele veeteelt. De vogelpest is ontstaan in Azië; de ziekte volgt de wegen die de vrachtauto’s gaan die de dieren vervoeren, niet die van de trekvogels. Toch worden nu de kleine boeren, met bijv. 10 ganzen de dupe: die beesten moeten binnen gehouden worden of gedood. Oude mensen, met een paar kippen, volden zich gedwongen deze allemaal te slachten en willen geen nieuwe dieren meer nemen. De regering wil alles controleren, maar dat kan niet bij loslopende schapen. Longo Mai probeert, via contacten met de boeren, de schapen los te laten lopen. Longo Mai maakt wel gebruik van de Europese subsidies (deze maken momenteel de helft van het inkomen uit) maar heeft tegelijk veel kritiek op hoe die subsidies worden toegewezen (de boeren worden gesubsidieerd om tarwe en lavendel te planten en dit betekent minder ruimte voor schapen; bovendien bepaalt de EU wat er per hectare verbouwd mag worden: iedere boer loopt tegen de moeilijkheden op die dat oplevert. Daarom aarzelen steeds meer boeren over het wel/niet subsidie aanvragen, omdat je je daarmee heel erg vastlegt). De Europese landbouwpolitiek is zeer onzinnig; daar willen we geen rekening mee houden, want dan zou alle voedselproductie uit Europa verdwijnen en alleen een paar grote industrieën overblijven. Subsidies ziet Longo Mai als noodzakelijk kwaad.

Met Eline bezoeken we Le Pigeonnier, de vroegere schaapskooi die nu verbouwd is tot 1) het textiel-atelier waar donsdekens gemaakt worden (gemaakt uit ganzenveren). Er wordt hier alleen in de winter gewerkt, als er minder op het land te doen is; 2) tot woningen + atelier (voor hobbies) + bureau + gebouw waar pluimvee geslacht wordt en het schapenvlees versneden (schapen worden gemiddeld 7 jaar oud, dan geslacht; het vlees wordt verkocht op bestelling, zonder tussenhandel; het slachthuis niet onder eigen beheer, wel de versnijding) + de broeikas voor de kuikens van de kippen en ganzen. Daarna gaan we naar de iets verder gelegen kippenkooi, gemaakt van zelfgemaakte bakstenen; er lopen daar 2 verschillende, speciale raskippen rond die 60 % van de voeding buiten vinden (waarvoor mobiele omheiningen gebruikt worden). Tussendoor vertelt Eline dat ze ook aan het experimenteren zijn met een systeem om te tuinieren zonder water, met een systeem om regenwater op te vangen en dat ze vanaf 1973 begonnen zijn om veel bomen op de helling van de berg te planten om erosie tegen te gaan (en dat ze daarbij wel wat foutjes hebben gemaakt, door verkeerde boomsoorten te planten). Daarna gaan we naar de nieuwe schaapskooi, in de jaren 1990 gebouwd. We krijgen een zeer uitgebreide beschrijving hoe de schapen worden behandeld; dat ze een speciaal soort schapen hebben die in deze buurt voorkomt; dat ze 20 jaar lang met een fokstation hebben meegewerkt maar nu niet meer omdat het station, na de gekke koeienziekte, fokt via genen opdat er een resistente schaapskudde ontstaat. Maar Longo Mai redeneert: als je bepaalde genen elimineert komen andere ziektes naar boven. Daarom zijn we nu lid van een Zuid-Franse vereniging die de gezondheid van de dieren bekijkt en die homeopatisch is. Het belangrijkste van deze benadering is: dat je begrijpt waarom een beest iets krijgt en dat je weet hoe je dat het beste kunt genezen. Longo Mai niet in principe tegen reguliere medicijnen, maar bijv. antibiotica lost de oorzaak van ziekte niet op. Bij de homeopatisch benadering hoort ook het plezier met je beesten en de contacten met vakmensen. En als je eenmaal op deze lijn zit, kan je niet makkelijk meer terug. (Gelukkig is er volgens Eline wel veel meer bewustzijn hiervoor gekomen). Daarna bezoeken we de varkenshokken; hier worden een speciaal soort zwarte varkens gefokt, een soort dat uitsterft maar dat Longo Mai probeert tegen te gaan. Deze varkens kunnen tegen de zon en zijn aangepast aan de streek. Naast de kippen/ganzen, schapen en varkens is er ook een plan van een paar jongeren om een nieuw project te beginnen, met geiten, voor de kaas.

Tussen het wandelen door naar de diverse bedrijven vertelt Ike dat eerst het idee was dat iedereen die zich bij Longo Mai had aangesloten kon wisselen van cooperaties: daar waar werkkrachten nodig waren en voor de leuke afwisseling. Maar dat dat nu moeilijker is geworden vanwege de vele kinderen (die moeten naar school). Ike, die ook moeder is: zelf ga ik iedere jaar 1 a 2 maal een maand naar een andere cooperatie. Het idee is nu: je woont in de cooperatie waar je het liefst verblijft. Op de vraag of er makkelijk vrijwilligers worden opgenomen, vertelt ze: in de ene cooperatie gaat dat makkelijker dan in de andere. Mensen kunnen ook voor bijv. 14 dagen meewerken, maar dan moeten ze wel actief zijn en niet zomaar eten verwachten ’s avonds. Vaak hebben we een soort vakantiehouders, die helpen alleen af en toe als ze willen.

Terugwandelend naar Grange Neuve voor de lunch, komen we ook een nog onvoltooid project voor waterzuivering tegen, een biotoop op 3 niveau’s. Er zijn een aantal mensen aan begonnen die nu weg zijn; het is niet zover dat het gezuiverde water weer opnieuw in het huishouden kan worden gebruikt, al is dat wel het plan. (Zo komen we wel meer projecten tegen die zijn blijven liggen; niemand schijnt zich daar erg druk over te maken, S.P.).

Radio Zinzine

Na de verrukkelijke lunch klimmen we met z’n allen naar boven, naar radio Zinzine die boven op de berg staat. Tijdens de klim komen we nog enkele experimentele huizen tegen, eentje gebouwd van leem (niet goed gelukt al staat het huis, gebouwd in 1984, er nog steeds), eentje van stro, leem en hout, een geheel houten huis en een experiment met zonnecollectoren en vloerisolatie bestaande uit flessen. Een van die huisjes blijkt bewoond; ook komen we een aantal bewoonde houten caravans tegen die verspreid in het bos staan.

Radio Zinzine is in 1981 opgezet, toen er in Frankrijk een politieke ommekeer leek te komen toen Mitterand aan de macht kwam (en men het idee had dat er veel zou gaan veranderen; ik weet van Engeland dat veel Linksen hetzelfde van Blair verwachtten, S.P.). In ieder geval gaf Mitterand de ether vrij en maakte daardoor vrije radio mogelijk. Naast Zinzine werden ere toen ook andere vrije radio’s opgericht, op niet-commerciële basis. Zinzine krijgt een beetje subsidie van de staat en de radioluisteraars wordt ook om een kleine financiële vergoeding gevraagd. Zinzine betekende een verandering van onze positie vertelt Caroline. Eerst was Longo Mai onbekend, werd het als een sekte beschouwd, als gevaarlijk. In de eerste radio-uitzendigen werd niet genoemd dat we van Longo Mai waren, maar langzamerhand deden we dat wel en kregen toen veel positieve reacties van mensen uit de streek. Zo ontstond er een grote vriendenkring rond Zinzine. Vanuit Zinzine werden er veel initiatieven ondernomen: er werden Europese contacten gelegd, er werd een radio in Latijns Amerika ondersteund, evenals de 2-talige Duits-Sloveense radio in Korinthie. Ook worden er vanuit Zinzine (dat 24 uur per dag uitzendt) Duitstalige programma’s gemaakt voor Duitsland en Oostenrijk. Wel heeft Zinzine gebrek aan personeel, daarom wordt er ’s nachts alleen uitgezonden via band/computer. ’s Middags en ’s avonds zijn er nieuwsuitzendingen van één uur. Veel speciale programma’s ook, over vluchtelingen, milieu, kernenergie, huizenbouw, speciale culturele programma’s, etc. Er worden veel interviews uitgezonden met mensen uit de streek. Er bestaat een kring rond radio Zinzine, een wekelijkse krant met de belangrijkste programma’s + commentaar + website. Zinzine krijgt veel feedback van luisteraars, die ook hun commentaar kunnen geven; tevens bestaat er een luisteraarsvereniging. Zinzine-medewerkersters staan ook vaak op markten en gaan naar dorpjes om interviews te houden. En ook worden boeren uitgenodigd om hun verhalen te vertellen. Er bestaat samenwerking met kranten op bepaalde thema’s (met Le Monde Diplomatique). Een tijdje was er elke dag een boekbespreking, nu elke week (boek gratis geleverd door uitgever). Ook veel lokale politici luisteren naar Zinzine. Een tijdje was Zinzine lid van de Europese vereniging van vrije radio’s, met eigen congressen en een krant, maar de verscheidenheid bleek te groot, daarom nu gestopt. Het nieuws wordt verzorgd door mensen behorende tot 16 verschillende nationaliteiten die hun nationale kranten napluizen. Zinzine ook actief toen de Balkan-oorlog ontstond, in het alternatieve pers-netwerk aldaar. Via Longo Mai werd een tehnisch netwerk opgezet, zodat Joegoslaven via Parijs kontakt met elkaar konden maken. Ook Rene heeft daar een tijdje gewerkt, want via den boerderij in Korinthie kende Longo Mai veel mensen in ex-Joegoslavië die onderling geen contact meer konden maken. Op het hoogtepunt waren er 70 mensen bij deze alternatieve pers betrokken; er bestaat (nog steeds??) connecties met Press Now.

Bakkerij en bibliotheek

Op de terugweg van Zinzine naar Grange Neuve het gehuchtje Hypolite bezocht. Daar staat de radiostudio, de bakkerij en de (prachtige, te kleine) bibliotheek. Men is bezig een nieuwe bibliotheek te bouwen, de muren staan er al jaren, maar het dak komt maar niet af.. (weer: niemand maakte zich daar ernstig zorgen over; ook kon geen van de begeleidersters me vertellen hoeveel mensen er nu op Hypolite woonden: dat wisselde gewoon). Op de terugweg ook een bezoek gebracht aan de meubelmakerij die sinds 5 jaar bestaat, en zijn we de paarden (in totaal 10 tot 15) tegengekomen, evenals de bijenkorven (ongeveer 60) en de frambozenvelden. (Vanwege tijdgebrek hebben we de grote tuinen die op een andere plek lagen niet bezocht).

Discussie in Grange Neuve

Terug in Grange Neuve konden we vragen stellen over Longo Mai, aan Ieke, Eline, Caroline, en andere Longo Mai leden (hoewel iedereen tamelijk uitgepunt was na klim naar en info over Zinzine en bezoek Hypolite en meubelmakerij).

-Vraag: Kan je je vanuit Nederland aansluiten bij Longo Mai? Antwoord: Longo Mai is geen organisatie waarbij je je kunt aansluiten. Alleen als er al bepaalde contacten bestaan. Bijv. hadden we contacten met Duitsland en toen is er het idee ontstaan dat mensen een cooperatie daar wel wilden ondersteunen door daar te gaan werken. Maar zulke contacten moeten groeien. Er bestaat wel uitwisseling met andere projecten. Maar pas als er interesse over en weer is. Momenteel is bijv. een klein groepje bezig met een vaag plan iets te beginnen in Bretagne (ook omdat er hier teveel mensen zijn momenteel). Ook kijken we rond hier in de streek: kijk.. daar staat iets leeg.. kunnen we de energie opbrengen om....

-Vraag aan Eline: hoe bevalt het je hier? Eline: dit leven is duidelijk mijn keuze. Soms is het wel eens minder leuk. Het is fantastisch voor mijn kinderen, het leven zo met elkaar, de sociale contacten, het naar school gaan in Limans (zie hierover verder).

-Vraag (van onze dominee): wat doen jullie aan zingeving, aan spiritualiteit? Hebben jullie ook bepaalde rituelen? Antwoord: ja en nee. We hebben wel rituelen maar dat is per keer verschillend. Bij overlijden bijv. hebben we bomen geplant, as verstrooid. We doen geen beroep op een kerkelijke gemeente. We zien wel muziek maken als belangrijk ritueel, voor wat ons bindt; daarom is de muziekgroep Comedia Mundi voor ons zo belangrijk. Van de ongeveer 200 mensen zijn er hier ongeveer 2 religieus.

-Vraag: hoe zit het met vakanties, of de behoefte ergens anders te zijn? Antwoord: Iedereen heeft het nodig iets anders te doen dan alleen hier te leven en werken. Bijv. kan je naar vrienden gaan en daar eten. Eline: als ik schapen scheer ben ik soms een maand weg (Longo Mai helpt ook ander boeren met scheren). Daarnaast bestaat er een uitwisseling met de andere Longo Mai cooperaties, om daar een tijdje te wonen. Maar je kunt ook een middagje naar een museum of zo. Geld daarvoor kan je aanvragen.. je kunt veel dingen gaan doen als je uitlegt waarom je dat wilt.

-Vraag: Hoe zit het met contacten tussen Longo Mai en de omgeving? Antwoord: er zitten 2 personen van Longo Mai in de gemeenteraad in Limans. Niet namens een politieke partij, maar als persoon, omdat ze actief zijn (in verschillende commissies van de gemeenteraad), omdat ze daarvan deel willen uitmaken. [Limans is het eerste dichtstbijzijnde plaatste van de berg, S.P.]. Belangrijk om daarin te zitten omdat de gemeente beslist wat er met de grond gaat gebeuren: landbouw- of woningbouw grond. Dat levert heftige discussies op.

- Vraag: Op Ecolonie werd er veel over geld gepraat, hier hoor ik daar niets over. Hoe zit het hier met geld, krijgen jullie zakgeld? Antwoord: daar bestaan geen algemene regels voor, per cooperatie verschillend. Soms hebben mensen die weg zijn gegaan een tijdje financiele ondersteuning gekregen omdat ze dat nodig hadden om een eigen cooperatie of bedrijfje op te starten. Maar sommigen die zijn weggegaan hebben niets gekregen, omdat ze er niet om vroegen.

-Vraag: zijn jullie verzekerd tegen ziektekosten? Antwoord: Ja, nu langzamerhand wel. Dat is makkelijker geworden door de EU. In Frankrijk ben je gratis verzekerd als je weinig inkomen hebt (een soort ziekenfonds, betaald door de Franse staat).

De wijncooperatie La Cabrery

Woensdag 3 mei: bezoek aan de wijncooperatie La Cabrery van Longo Mai, zo’n 50 ?? km. van de Longo Mai-berg. De cooperatie heeft 26 hec. land; er wonen 10 tot 15 mensen (met de druivenpluk komen ongeveer 30 mensen helpen, meestal vrienden). Begonnen in 1993. Naast de al aangeplante wijnstronken heeft de coop. tuinbouw, velden voor hooi, groot bos (en daarmee hout voor verwarming), moestuin en groot bosmeer (waarin karpers en snoeken zijn uitgezet die nu worden gevangen om te eten). Tussen de wijnstronken is gras geplant dat ’s winters door de runderen van een hoger gelegen cooperatie wordt afgegraasd (geeft mest, zodat er geen kunstmest hoeft te worden gebruikt).

Tijdens de bezichtiging van het land krijgen we uitgebreid uitleg over wijnstronken (die kunnen wel 70 jaar worden), ziektes, verschillende manieren van snoeien (2x in het voorjaar), over slechte wijnjaren en goede; dat de wijndruiven gemengd worden (60% van die struik, 40 % van die) en over het AOC-keurmerk van wijnen ( typisch voor deze streek). Na de lunch gaan we met z’n allen in een kring zitten voor de discussie.

Pais-Alp

Het thema van deze dag is Pais-Alp, de organisatie van kleine boeren uit de omgeving. Eerst wordt aan ons gevraagd (door Bertrand, die meestal het woord voert, hoewel ook de andere coop.-leden aanwezig zijn) naar de positie van kleine boeren in Nederland. ‘Onze’ Willem (van Platform Aarde, Boer, Consument; zie hiervoor, naast hun brochures, ook: www.pal.aardeboerconsument.nl) vertelt: Door allerlei ontwikkelingen (landbouwbeleid) zijn er steeds minder boerenbedrijven en dat gaat steeds maar door. De afgelopen 10 jaar stoppen er 8 bedrijven per dag. Dat baart ons erge zorgen; we hebben momenteel nog maar 80.000 boerenbedrijven in Nederland. Zo’n 15 a 20 jaar geleden bestond er één sterkte landbouworganisatie: LTO (land- en tuinbouworganisatie). Het probleem met deze organisatie was dat het bestond uit boerenvoormannen die zowel een hoge positie hadden in de landbouw als in de verwerkende industrie. Hierdoor wordt/werd de primaire producent (boer) ondergesneeuwd. Daarom zijn er per sector (een voor melk-, een voor akkerbouw etc.) kritische boerenorganisaties ontstaan die probeerden het boerenbelang als geheel te vertegenwoordigen en tevens kritiek te geven op het EU-landbouwbeleid. Maar omdat het aantal boeren afnam, was de interesse vanuit de politiek ook minder. Toen zijn de kritische boerenorganisaties gezamenlijk gaan overleggen er bleek er veel samenhang tussen de organisaties. Hieruit is het Platform Ander Landbouwbeleid ontstaan. Dit platform werk ook samen met milieudefensiegroepen en ontwikkelingssamenwerkingsverbanden. Een delegatie hiervan is naar het WTO-overleg in Hongkong (2005) geweest. Minister Brinkhorst was het hoofd van deze delegatie en dacht dat hij het Platform wel ‘aankon’ omdat hij ervan uitging dat ze allemaal verschillende opvattingen zouden hebben. Maar Oxfam-Novib stelde nadrukkelijk: Nee minister, we hebben één standpunt, nl. het propageren van regionale produktie- en consumptie samen. En dat betekent produktiebeheersing en het niet ongelimiteerd invoeren van produkten. (Brinkhorst, zelf erg voor vrijhandel, vond het moeilijk die opvatting uit te dragen en zei tegen het Platform dat ze moesten beseffen dat Nederland maar een klein onderdeeltje van Europa was en Europa maar klein was in de hele wereld). Maar ondertussen bleken er ook in andere Europese landen zulke organisaties te bestaan; het Platform wil haar contacten met die organisaties gaan uitbreiden.

Bertrand vertelt dat er in Frankrijk ongeveer dezelfde ontwikkeling bestaan (zijn verhaal werd vertaald door Ike en/of Caroline). Het gebied van de coop. is de laatste 30 jaar verlaten door de oorspronkelijke boeren en vervangen door neo-boeren (uit de stad etc.) De coop. is lid van de CPE: Coordination Paysan European. Maar de CPE stelt zwakke eisen en heeft weinig effect: de wereldmarkt wil niet luisteren en Europa voert een liberale politiek. Het enige EU-antwoord: alle grenzen open en de boeren krijgen subsidies. Maar aan die subsidies zitten vele bezwaren (zie ook het verhaal van Eline, gisteren). Daarom is de cooperatie, met 40 kleine boeren uit de streek, een eigen organisatie begonnen, Pais-Alp, vanuit het idee om alleen regionaal/plaatselijk te reageren. Het doel van deze organisatie: 1) kwaliteitsprodukten; 2) directe verkoop; 3) begrenzing van de productie. En deze 3 doelen hangen nauw samen. Pais-Alp heeft een overweging gemaakt van wat per boerderij de ideale grootte is (wat betreft hec., aantal beesten, produktie.. tot zo ver en niet meer). Dit heeft geleid tot een soort handvest met richtlijnen, zonder controle-mechanismes. Wel bezoekt men over en weer de boerderijen. De helft van de boerderijen werkt niet biologisch, maar de richtlijnen gaan wel in die richting. Pais-Alp heeft een lijst van alle geaccepteerde bedrijven, ze treden met hetzelfde bord naar buiten op markten etc.; dit werkt als herkenningsteken voor mensen die de Pais-Alp produkten willen kopen. De organisatie wil kritisch blijven en ook de ontwikkelingen in andere landen bijhouden. Om het directe contact met de consumenten te verhogen organiseert het ook minimaal 2x p.j. open dagen.

- Vraag: bestaan er meer van zulke organisaties? Ja, ook in Baskenland, in de Ardeche en rond Grenoble. De organisaties verschillen maar bij allen staat de directe verkoop centraal. In deze streek is ongeveer 1 op de 100 bedrijven bij de Pais-Alp aangesloten.

- Vraag: Bestaat er samenwerking tussen de boerderijen wat betreft zaaigoed en machines? Antwoord: Binnen het Pais-Alp-netwerk niet want de boerderijen liggen te ver uit elkaar. Maar tussen de bedrijven die dicht bij elkaar liggen bestaat er wel samenwerking wat betreft de machines, ook al zijn ze het politiek niet met elkaar eens. Binnen de organisatie bestaat de onderlinge samenwerking uit hulp wat betreft kennis en springt men elkaar bij in geval van nood.

- Vraag: wat zijn de contacten met de andersglobaliseringsbeweging, bijv. van Jose Bové? Antwoord: Pais-Alp is ontstaan vanuit de organisatie waar Bové voorzitter van was. We hebben contacten, hebben dezelfde ideeën. Maar Bové momenteel een beetje te beroemd. Onze organisatie is concreter en minder op politieke vakbondsactiviteiten gericht.Voor de andersglobaliseringsbeweging is Pais-Alp te klein, maar op intellectueel niveau staan we achter die beweging. Wel weinig mogelijkheden tot contacten (bijv. met de landsloze boerenbeweging in Argentinië). Wel proberen we binnen Europa meer contacten te leggen met groepen die op hetzelfde niveau werken als wij. Vooral gericht op contacten met boeren in de berggebieden.

- Vraag: hoe loopt de verkoop? Antwoord: De directe verkoop via markten loopt goed. En we hoeven niet rijk te worden. Onze prijzen zijn ongeveer gelijk met die van de supermarkten want we hebben geen tussenhandel; wel is kwaliteit in supermarkten meestal minder. Over het algemeen gaat het slecht met de Franse wijnboeren. Ze hebben te lang gestreefd naar uitbreiding. En voor de Franse kwaliteitswijn is nu goedgekeurd dat er smaakstoffen worden toegevoegd. De supermarkten bepalen de prijs.. de boer moet maar zien hoe hij/zij dat redt. Wel zijn er momenteel zo’n 1000 wijnboeren die ecologisch werken.

- Vraag: willen jullie de Pais-Alp organisatie uitbreiden? (Van de 40 aangesloten bedrijven zijn er 2 Longo Mai coop.). Antwoord: Ja, daar wordt wel naar gestreefd, vooral om onze ideeën verder te verspreiden. De overige Pais-Alp boeren zien de Longo Mai-cooperaties als ‘onze gekken’, maar ze mogen ons wel. Het verschil is dat zij per gezin op een boerderij wonen, wij in gemeenschappen. Ons gezamenlijke punt is hoe de consumenten meer bewust te maken. Dat gaat moeilijk omdat consumenten in de stad geen idee hebben waar hun producten vandaan komen.

Donderdag 4 mei gaan we naar de biologische groentencooperatie Mas de Granier (in de buurt van Arles, zo’n 100 km. ten Zuiden van de Longo Mai-berg). Deze gemeenschap bestaat uit zo’n 10 a 12 mensen (+ 7 bijna volwassenen, zie verder, + ongeveer 5 kleinere kinderen), wonend in een prachtig oud huis met 200 jaar oude platanen ervoor. De coop. bestaat sinds 1990, heeft 20 hec. en er onlangs nog 7 hec. bijgekocht. De grond is erg vruchtbaar en wordt via een ingenieus systeem bevloeid. We krijgen een uitgebreide rondleiding door de grote groententuinen. Vanwege de mistral (typische sterke wind) moeten ze wel plastic koepels gebruiken. Met behulp van de 2 werkpaarden en kleine machines wordt de aarde in de koepels omgedraaid. Alles wordt biologisch bewerkt: het lastigste daarvan (vertelt Charlotte, een van de 3 rondleidsters) is de behandeling van insecten, met name slakken: die moeten om de 2 dagen van de producten worden afgehaald. De coop. heeft ook ganzen, eenden en kalkoenen en grote hooivelden (oogst 4x per jaar; de 4-de voor de schapen die in de herfst van de hoger gelegen Longo Mai cooperatie - die we dus niet hebben bezocht - hier komen grazen; de mest die deze schapen leveren wordt verzameld voor de tuinen. Het hooi van de eerdere oogsten wordt verkocht aan de andere cooperaties en aan de boeren uit de omgeving). Op het terrein staat een sauna (dient als hangplek voor de jeugd) en een winkel waar ook buurtbewoners de produkten komen kopen.

Hoe jongeren het leven op Longo Mai ervaren

Na de uitgebreide lunch vindt een vraaggesprek plaats tussen Ton, Rene (die filmen) en mij en 6 jongere cooperatie-leden, allen rond de 20 jaar, met het doel te weten te komen hoe zij het leven in de cooperatie ervaren. Helaas ging het meeste in het Frans, zodat ik niet alles letterlijk heb kunnen opschrijven. Paula vertelt (in het Duits): ik ben met mijn moeder naar Longo Mai gegaan en heb in verschillende cooperaties gewoond. Toen ik 18 was ben ik weggegaan, ik wilde studeren en zo weinig mogelijk met Longo Mai te maken hebben. Ik wilde uitzoeken wie ik zelf ben. Ik heb 3 jaar in Marseille gewoond, maar het bleek dat het leven alleen helemaal niet zo leuk was. Ik ben teruggegaan naar Longo Mai omdat ik nu zeker weet dat ik het leven in een collectief leuker vind dan alleen wonen. Ik weet nog niet in welk Longo Mai collectief ik het liefst wil wonen. Hoewel het samenleven met anderen niet altijd makkelijk is, is het collectief leven zeker wel mijn keuze. Jan, Ivo en Eva komen alle drie uit het Oost-Duitse gezin waarvan de ouders het na de Wende niet meer zagen zitten in Duitsland. Eerst woonden ze in de Longo Mai- cooperatie in de Ardeche [die bestaat niet meer, zie verder] en nu wonen ze sinds kort hier, met hun ouders. Eva vertelt dat ze ook een tijdje alleen in een stad heeft gewoond, dat moeilijk vond, blij is weer in een collectief te wonen. Anderen vertellen in andere Longo Mai cooperaties opgegroeid te zijn. We vragen of ze een aparte groep zouden willen opzetten. Daarover zijn ze aan het denken; die groep hoeft echter niet alleen met jongeren te zijn; juist de verschillen, de andere opvattingen zijn interessant. We vragen wat het aantrekkelijke is van het collectief. Antwoord: de politieke kant, het bewust zijn van anderen. Juist in Longo Mai leer je veel. Plus: het is beter in een collectief te leven dan alleen te leven omdat je veel verschillende activiteiten kunt ondernemen. Je kunt ook naar een andere cooperatie gaan om verschillende dingen te leren. In de cooperatie zijn niet alle dagen hetzelfde en hoef je niet altijd hetzelfde werk te doen. Vraag: hoe zit het met geld? Bijv. voor kleding: willen jullie niet aan de mode meedoen? Antwoord: nee, mode, muziek, dat was een fase, vooral op de middelbare school. Dat hebben we achter de rug.Geld is niet belangrijk. Als je ergens een baan hebt moet je geld uitgeven aan huur, eten enz. En wij kunnen ook naar de bios als we willen. Paula: het doel van mijn leven is geld onbelangrijk te maken. Vraag: als je een nieuwe cooperatie zou opzetten, welke idealen zou je dan willen uitdragen? Antwoord.. (na stilte): we willen een zwembad.. en een kleinere tuin..Vraag: wat hebben jullie gemist door het opgroeien in een collectief? Alleen Paula antwoord: soms het feest alleen te zijn.. {Maar het kan dus zijn dat ik een aantal dingen gemist heb, S.P. }

Mensen zonder papieren

Het thema voor deze dag is de gezamenlijke acties tegen de uitbuiting van mensen zonder papieren in de tuinbouw in dit gebied en in Andalusië. Na de lunch –en het interview met de jongeren-, gaan we eerst met de hele groep kijken naar de Zwitserse tv-documentaire over de schrijnende situatie van (il)legale arbeiders in en rond El Ejido (Andalusië). Daarna gaan we buiten, in een kring, hierover verder discussiëren. Peter Gerben (een van de oprichters van Longo Mai, nu wonend in Mas de Granier), vertelt dat de film een beeld geeft van de aardbeien-produktie in Spanje: er wordt allemaal plastic en chemicaliën gebruikt en dat maakt de natuur kapot –de film toont uitgebreid hoe erg de situatie daar is- en veroorzaakt illegale arbeid (arbeiders die in plastic hutten wonen) en uitbuitende legale arbeid: arbeiders werken daar 6 maanden en moeten dan weer terug. Momenteel werken er ongeveer 60.000 mensen . Longo Mai maakt al jaren deze gruwelijke situatie bekend, via krantenartikelen, delegaties, boeken en een keer die tv-uitzending. Maar het zijn niet alleen de aardbeien die onder deze verhoudingen worden geproduceerd. Het gaat om heel veel producten die in de supermarkten worden verkocht. Overal zit dezelfde logica achter: zoveel en zo goedkoop mogelijk, ongeacht milieu en arbeidsverhoudingen. Er wordt nauwelijks gevraagd hoe het kan dat die prijzen zo laag zijn. Ook in Nederland weten we nauwelijks wat er onder onze neus gebeurt in de glastuinbouw, hoe daar misbruik wordt gemaakt van illegale arbeid. Zie hiervoor het boek van Marijke Bijl en Ahmed Benseddik: ‘Onzichtbaar achter glas’ , uitgegeven door Stichting OKIA (Ondersteunings Kommitte Illegale Arbeiders) en de Werkgroep Kerk en Werk, van STEK (voor Stad en Kerk) in Den Haag. –zie de uitgebreide mail van Rob hierover-. Peter vertelt ook over dezelfde situatie in de omgeving van de Longo Mai cooperatie: op de plantages in de Bouches du Rhone, waar duizenden Maroccaanse arbeiders werken. Er bestaan echter diverse organisaties die knokken om de situatie van deze (il)legale werkers te verbeteren. Zo bestaat er het SOC (Sindicato de Obereros del Campo) dat al ruim 30 jaar de landarbeiders in Andalucië ondersteunt (ja, vertelt Peter, de ellende begon al onder Franco); het Europese Burger Forum; (opgezet door Longo Mai in dec. 1989 met het doel mensen uit Oost en WestEuropa met elkaar te verbinden; zie hiervoor ook het boek van Beatrix Graf, p. 80 e.v. Peter vertelt dat er nu ook gesproken wordt over het Europese Burgerinnen Forum omdat het de laatste jaren vooral vrouwen uit Oost-Europa zijn die worden ingezet) en CODETRAS (het collectief dat de arbeiders zonder papieren in de landbouw verdedigt). Al deze 3 organisaties werken sinds 6 jaar samen met het doel om misstanden openbaar te maken en de situatie van deze werkersters maatschappelijk te ondersteunen. Hoewel het een wereldwijd probleem is, worden de activiteiten voorlopig specifiek op Europa gericht. Het probleem met de vakbonden is dat deze niets doen voor deze arbeiders. Ook, zo blijkt uit de discussie, de Nederlandse FNV niet. Willem (van Aarde, Boer, Consument) heeft hiervoor contact opgenomen met de FNV maar zij blijken daar (nog? S.P.) niets voor te organiseren. Wel gebeurt er iets op het gebied van de textielarbeid, via de Schone Kleren Campagne die wel met vakbonden samenwerkt. Milieu-organisaties, zoals milieudefensie benadrukken wel de milieu-aspecten (zoals het gif in de aardbeien), maar weinig de sociale aspecten/arbeidsverhoudingen.

Via Longo Mai wordt deze problematiek de laatste jaren wel in de Confederation Paysan (zie terug, woensdag) aangekaard. En in Nederland doen OKIA, SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) en Aarde, Boer,Consument onderzoek naar de macht van de supermarkten. Maar het veel en goedkoop produceren wordt nog door te weinigen ter discussie gesteld. Deze productiewijze vereist schaalvergroting en uitbuiting; als consument kan je daar iets tegen doen, bijv. door supermarkten te boycotten.De staat is niet machtig genoeg om daartegen actie te ondernemen en wil dat ook niet. (Jacqelien suggereert nog wel dat de (advies)Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling misschien een rol hierbij zou kunnen spelen?). Het idee van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ is een vluchtweg gebleken voor supermarkten. Want de OESO wil helemaal geen controle..

[N.a.v. deze discussie ontstaat er op de terugweg in de bus het plan om actie te gaan ondernemen tegen supermarkten. Maar, zoals uit de uitgebreide info-mail van Rob al blijkt, is dat nu nog wat voorbarig, al zal er op het NSF wel gepoogd worden de eerste aanzetten en contacten hiervoor op te zetten].

Verslag van het feest

‘Avonds gaan we weer naar Grange Neuve, waar Comedia Mundi tot diep in de nacht voor ons (en Longo Mai-leden) speelt en enthousiast gedanst wordt.

De school in Limans

Vrijdag 5 mei is een rustdag. Ik bezoek, samen met Annelies, Dick, Zwannie en Rene de school in Limans (het dorpje vlakbij de Longo Mai berg). Het bleek dat het hoofd van de school (daarnaast was er nog een onderwijzeres + klasse-assistente) heel trots was op de school en er met een bijna niet te stuiten enthousiasme over vertelde. Ook was een moeder van Longo Mai gekomen om ons te introduceren en te vertalen. Voordat Longo Mai kwam, was deze school (liggend aan het dorpsplein, heel centraal) al zo’n 10 jaar gesloten omdat er te weinig leerlingen waren. Toen de bewoners op de Longo Mai berg kinderen kregen en deze naar school moesten, hebben de ouders, samen met bewoners van Limans veel actie gevoerd om de school te heropenen. Eerst hebben ze de school bezet en heeft een gepensioneerde lerares van Longo Mai zelf een jaar gratis les gegeven. In 1985 lukte het de school weer officiel geopend te krijgen. De eerste jaren bestond het leerlingen aantal voor 80 % uit Longo Mai kinderen en 20 % uit dorpskinderen, momenteel ligt de verhouding andersom. De heropening van de school heeft ervoor gezorgd dat er nu weer veel meer mensen in Limans wonen: het hele dorp is verlevendigd door de school, vertelde de hoofdonderwijzeres. In het begin was er een probleem met de Longo Mai kinderen: ze waren in de meerderheid en zagen geen verschil tussen school en thuis; de leerkrachten hadden moeite hen te disciplineren. Maar momenteel bestaan er geen verschillen tussen de Longo Mai- en dorpskinderen. (Annelies, zelf onderwijzeres, wilde alles weten van didactiek, lesmaterialen etc., maar dat heb ik niet opgeschreven). Nog paar opmerkelijke gegevens: het onderwijs is gratis, vanaf 2 jaar, maar de meeste kinderen komen ‘pas’ als ze zindelijk zijn, d.i. vanaf 3 jaar. Schooltijden: dagelijks van 8.45 tot 11.45 uur en 13.30 tot 16.30 uur. Woensdag hele dag vrij, wel zaterdagochtend les. Kinderen kunnen tussen de middag gehaald worden (alle Longo Mai kinderen worden dan opgehaald) of overblijven en krijgen dan warm eten voor E 2,50 p.d.

Vragen aan Rene

Op de terugweg in de auto stel ik Rene nog aantal vragen. Welke Longo Mai cooperaties zijn opgeheven en waarom? Antwoord: Er was een cooperatie in de Ardeche, maar die was te geisoleerd en afgelegen. Ook bestond er een bloeiende coop. in Zwitserland; het land (45 hec.!) was gehuurd; de coop. lag heel hoog, en kon s’ winters niet bereikt worden. Er was een kaasmakerij en een zaagfabriek en het werd de Vrije Republiek van Longo Mai genoemd. De schrijver Durrenmat kwam er schrijven en heeft zich erg ingespannen om de coop. te behouden. Maar de eigenaar verkocht het land voor veel geld (en kon dat doen omdat Longo Mai het tot een zeer bloeiend bedrijf had gemaakt) en toen kon de coop. de huur niet meer opbrengen. Sindsdien heeft Longo Mai alleen land willen kopen. Als derde voorbeeld noemt Rene een cooperatie in (West)Duitsland, ten tijde van de Bader-Meinhof hysterie. De overheid zag toen kans regelmatig razzia’s in de coop. te houden. Er is toen besloten nooit meer iets in Duitsland op te zetten. Bovendien was daar grote jeugdwerkloosheid; Longo Mai hing affisjes op met: Ga naar Longo Mai, ga weg uit Duitsland.. en zo kwamen er dat jaar wel 200 Duitsers in Grange Neuve langs.. Pas na de Wende wilde men wel weer iets doen in speciaal Oost-Duitsland, ook omdat Oostduitsters dat zelf graag wilden (zie verhaal Caroline hiervoor). Voor het eerst werd er nu een coop. op het vlakke land opgezet (Ulenkrug), waardoor de filosofie van: in de bergen iets doen, werd verlaten.

Ook vraag ik nog naar de relatie met de andersglobaliseringsbeweging en of niemand er moeite mee heeft dat de meeste cooperaties niet economisch rendabel zijn. Rene: er bestaat vooral bij de jongeren veel coordinatie voor de andersglobaliseringsbeweging (De PGA-conferentie wordt dit jaar op de Longo Mai berg georganiseerd, S.P.) En ja, er bestaat onvrede over de subsidies die Longo Mai uit Zwitserland ontvangt (in Zwitserland zijn 20.000 mensen lid van de Longo Mai nieuwsbrief en geven geld); de jongeren willen dat niet meer. Je zou kunnen zeggen dat de ouderen concreter zijn: er moet gewerkt worden, er moeten dingen af. De jongeren zijn/lijken meer politiek, meer naar buiten gericht.

Rita

Die vrijdagavond heb ik nog een interview met Rita (gefilmd door Ton), omdat Rita al ouder is maar pas sinds kort bij Longo Mai is. Nou ja, zegt Rita, pas bij Longo Mai: er ben er al 7 jaar. En bovendien kende ik Longo Mai uit Zwitserland, ik kende de groep Hydra en ik kende Rene al. Rita raadt het boek van Beatriz Graf sterk aan: geeft een uitstekend beeld. En ze vertelt: ik was net getrouwd toen Longo Mai werd opgericht en Longo Mai hield niet zo van paartjes. Maar ik heb Longo Mai altijd wel gevolgd. Mijn man ook geinteresseerd in Longo Mai; ik ben 20 jaar getrouwd geweest, maar mijn man gaf mij altijd het idee dat ik helemaal niets kon. Ik vind het nu heerlijk om in Longo Mai te wonen; ik voel nu dat ik gewaardeerd word. Ik vraag of er problemen zijn tussen ouderen en jongeren. Nou nee, zegt Rita, de jongeren zijn wel anders en dat is goed. Ze nemen andere, misschien wel minder verantwoordelijkheid maar zijn tegelijkertijd erg politiek. Vraag: Erger je je niet aan mensen die weinig doen? Welnee, antwoordt Rita: het is niet erg als je bijv. 2 maanden niets doet; de meeste die bij Longo Mai komen komen uit een gestresste maatschappij en moeten leren ontstressen. Als hij of zij daarna nog niets doet dan vertrekt hij/zij vanzelf. Wel is er momenteel veel discussie over het meer zelf-supporting zijn. Wat vind je momenteel het belangrijkste voor Longo Mai? Dat is het meer bekendheid geven aan Longo Mai. Bezoekers kunnen altijd komen. Maar als er veel komen dan zeggen we: begin zelf een cooperatie..

Radio-uitzending Zinzine

(Vrijdagavond luisteren we ook nog met haar allen naar de radio-uitzending van Zinzine waar Rob, Johan, Willem en Ineke vertellen over de situatie in Nederland en dat mooi vertaald wordt door Caroline. Het was een prachtige uitzending, ook met vragen van Zinzine-medewerkers, maar ik heb er niets over opgeschreven).

Het Ganzennest

Zaterdag 6 mei vertrekken we uit Longo Mai (het vakantiedorpje Les Magnans) voor de terugreis. [Onderweg maak ik in de bus samen met Rob, Renate en Willem, een eerste opzetje over mogelijke acties tegen supermarkten. Maar zie hiervoor de mail en info van Rob]. We stoppen zaterdagavond in Noord-Frankrijk, in Het Ganzennest. De volgende ochtend krijgen we een inleiding van Paul Dijkstra van Vereniging Solidair: ‘De vreugde en de tragiek van het alternatieve bestaan’.

1) We zijn hier in Viller, op de Frans-Duitse taalgrens. Nog net in Duits gebied, maar de mensen spreken ook allemaal Frans. Dit dorp was ongeveer 200 jaar geleden het centrum van de streek: er leiden 5 wegen naar toe. Maar zo’n 30 jaar geleden werd dit gebied ‘het einde van de wereld’ genoemd. Het plaatsje liep leeg, maar wordt nu weer opgebouwd. Het dorp bestaat uit rijtjes-boerderijen (de herenboeren woonden op het land). Het is het enige dorp zonder ruilverkaveling; daar heeft de bevolking altijd tegen gekozen al was er veel ruzie over. Doordat het niet verkaveld is is het een mooi natuurgebied gebleven: de achterstand van het dorp leverde behoud van de natuur op en dat trekt weer andere mensen aan (ook omdat het goedkoop is hier). Dit ook onderdeel van het duizendmeren-gebied: het is hier moerasachtig, met veel fruitbomen. De boeren kennen nog de ouderwetse snoeimethoden en we moeten uitkijken dat die kennis niet verloren gaat.

2) Vereniging Ganzennest: we zijn hier toevallig terecht gekomen: een Hollander die hier woonde had ons gevraagd om op zijn dieren te passen. We (= Ver. Ganzennest?) hebben hier nu 5 boerderijen gekocht, allemaal door mensen met een uitkering/idee-banen. Maar er is weinig ondernemingslust. Zou die er wel zijn dan zouden we harder werken aan een gastenverblijf, fruitcultuur, geitenboerderij. In het alternatieve circuit leven mensen van de staat waar ze tegen zijn. Dat kunnen Fransen en Duitsers zich niet permiteren.

3) Dit huis is nu fundamenteel gerestaureerd, door een groep Duitsers uit Keulen, die het ook kwalitatief heel goed doen (alleen hout, leem en stro gebruikt). Het huis wordt gerund door de Vereniging Solidair en een aantal Duitsers. Het idee erachter: een goede verblijfplaats voor gasten, om over de verschillende Verenigingen te praten.

4) De Vereniging Solidair is in 1967-’68 opgericht op anarchistische wijze, in 1974 juridisch. Eerst heette het Keerkring, toen Vakgroep, nu sinds 4 jaar:Solidair. Er zijn ongeveer 50 organisaties bij aangesloten (o.m. een adviesbureau, een bouwbedrijf, timmerbedrijf, woonverenigingen). Het idee is: als je het wat beter gaat stort je geld in de gemeenschappelijke pot en daar kan de Vereniging dan weer dingen mee doen. Momenteel hebben we veel vermogen, maar niet zoveel geld. Dit is de traagheid van het alternatief (met weinig ondernemingskracht). Solidair staat voor: 1) elkaar aanspreken op de dingen die niet goed gaan; 2) samenwerken; 3) ondersteuning. Alles gaat om: delen. Wat we goed kunnen is het aanspreken van anderen. Maar er is gebrek aan zelfkritiek, aan het aanspreken van onszelf. Samenwerken zie je te weinig in het alternatieve circuit, het bedrijfsleven doet dat beter. En dat houdt weer verband met weinig zelfkritiek, dat is een ideologische handicap van de alternatieve beweging, al zijn er wel uitzoneringen (zoals Omslag, de andersglobaliseringsbeweging). En wat ondersteuning betreft: bijna geen activist stort op giro 555, doet niet mee aan de ondersteuningsindustrie, neemt afstand van hen die zich ‘afkopen’.

Vergeten wordt de productiviteit van het verschil. Gelijkschakeling is gevaarlijk; de inspiratie van ieder individu wordt te weinig gestimuleerd.

5) Waar zouden we met elkaar naar toe kunnen? 3 krachten: a) politiek van de overheid; b) de markt; c) de burger/civil society (inclusief kerken). Het is belangrijk dat de burger weer gaat leven. De politiek wordt het sterkst beinvloed door de initiatieven van burgers. Het is een vergissing te denken dat niemand in de markt of in de politiek dat wil. We moeten zorgen dat diegenen die in de markt of politiek actief zijn bij ons worden betrokken. We moeten allianties maken.

Er bestaan 3 soorten economie: a) de politiek heeft belang bij sociale economie (iedereen betrekken bij het arbeidsproces); b) markt: people, planet, profit, maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Daar is kritiek op, maar er zijn bedrijven die dat echt doen en met hen moeten we allianties aangaan (ook al kan het versluierend zijn); c) solidaire economie. De kooperatieve vereniging ABC bestond tot 1958: mensen/bedrijven gaven geld terug aan hun klanten, hielden de winst niet zelf. Dat is de archeologie van de economie: burgers streven naar maatschappelijke doelen (betere politiek, buurt), niet naar de winst. Nu is de politiek en de markt (vakbeweging zit hiertussen) het belangrijkste. Wat krijgen wij, de burgers voor elkaar? Het NSF is een kippenhok, nog geen Ver. Naties. We krijgen het niet voor elkaar om beter met elkaar om te gaan, al zit de beste weg wel bij het NSF.

De nadruk op kleinschaligheid is een handicap. De alternatieve beweging moet ook meer onderzoek doen. En aan scholing. (Bijv. was onze fout als adviesbureau dat we werkten voor weinig geld; we hadden beter het uurtarief omhoog kunnen doen zodat we de medewerkers hadden kunnen scholen); er is een kwaliteitsslag nodig.

(aan het einde vertelde Paul nog over de Triodusbank en de Algemene Spaarbank Nederland en hun beleggingspolitiek. Maar ik was na dit college, net zoals de meesten denk ik, nogal lamgeslagen en heb niet goed begrepen wat hij hiermee wilde zeggen). Er kwam nog één vraag: hoe zit het met de spiritualiteit? Paul: het is er maar mag niet benoemd worden. Spiritualiteit is het experimenteren met je eigen vermogen tot verandering, daar is niets goddelijks aan. Als je niet kan veranderen dan heb je een probleem. Dat spiritualiteit in allerlei instituties vorm gekregen heeft is jammer, net zoals het jammer is dat een gesprek daarover zo moeilijk is in het circuit. ‘Gezweefkees’ wordt het genoemd, maar het gaat niet om het zoeken maar om de verandering. .. Tja

Afscheid en dansen in de bus

Daarna het laatste stukje van de reis. Allerhartelijkst afscheid genomen (eerst van Roland in België, toen van mensen die in Eindhoven uitstapten, later bij Omslag, bij station Utrecht); in het allerlaatste stukje werd er heerlijk gedanst in de bus, tot verbijstering van de andere snelweggebruikersters. Het was een heerlijke reis.

Ik durf bijna niets meer te vertellen over mijn eigen indrukken, gezien dit veel te lange verslag. Heel kort: ik vond het een bijzonder prettige groep; iedereen die ik gesproken heb had wel een eigen interessant verhaal. Wat een heerlijke samenwerking was het allemaal. En wat zijn we overal geweldig ontvangen! En: ik ben nog steeds heel enthousiast over Longo Mai. Ik vind deze cooperaties vooral zo belangrijk omdat ze 2 doelen tegelijkertijd nastreven (zie p. 32 Beatriz Graf): - ideeën over een ‘ideale maatschappij’ in praktijk pogen te brengen en –zich te (blijven) verzetten tegen de door het neo-liberale systeem veroorzaakte misstanden. Dit laatste mis ik bijv. in Ecolonie. En dit hangt volgens mij samen met de nadruk op spiritualiteit (ik blijf de kriebels houden van ‘luisteren naar je diepste verlangen’ zoals Henkjan in Eigentijds Magazine schrijft, ook al geeft Paul Dijkstra een wel hele specifieke omschrijving van spiritualiteit). Meer zelfkritiek, ben ik voor, maar Paul’s verhaal vind ik toch wel erg van een ‘zo-is-het’ gehalte en daardoor behoorlijk demotiverend.

Lieve mensen, ik zal een kort verslagje schrijven voor ‘Nieuws uit Longo Mai’. Ik wil jullie allemaal enorm bedanken voor jullie medewerking aan en/of organisatie van deze warme en leerzame reis.